maandag 14 januari 2013

Geliefde Leider, 11de fragment



‘Mijn beste Kang,’ was de Leider begonnen, zijn vingers naar zijn neus brengend. ‘Wegens… bewezen diensten en als blijk van…waardering zou ik je dit jaar een kleine attentie willen overhandigen.’ De Leider wikte bij het spreken zijn woorden zorgvuldig, alsof hij begrippen hanteerde die hij tien minuten geleden (voor de koffie, na de whisky) in het woordenboek had opgezocht. ‘Moge je miezerige bestaan worden opgevrolijkt met het vooruitzicht ook het komende jaar tijd in mijn gezelschap door te mogen brengen.’ Hij peuterde wat in zijn neus, maar probeerde het zo te doen overkomen dat hij over zijn neusvleugels aan het wrijven was. ‘Het rode pak is voor jou. Maak maar open.’
    Kang knipperde even met zijn ogen, niet helemaal zeker hoe hij moest reageren op deze ongewone, potentieel levensbedreigende situatie (in feite was elke situatie waar de Leider bij betrokken was potentieel levensbedreigend, en dan voornamelijk voor anderen. Enkel de inschattingskans verschilde. Van het aantrekken van zijn sokken tot het drinken van koffie, bij elke doordeweekse handeling van de Leider vielen doorgaans meer slachtoffers dan bij een Rwandese genocide, en werd er minder moeite gedaan om de lijken te verbergen). Met trillende handen trok hij de strik langzaam los.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen