woensdag 4 april 2012

Geliefde Leider, 9de fragment


Het was nacht. In een verduisterde kamer wierp een spot een oog van licht op de betegelde vloer. De grammofoonspeler speelde de Requiem mis van Mozart. Het Dies Irae schalde uit de glanzende hoorn en deed de glazen in de kast erlangs trillen. De Leider stapte naar voren, het oog vervormend met zijn schaduw, en ging in de houding staan. Als hij zich concentreerde op het spel van licht en schaduw zag Kang de Redder van het Vaderland, een indrukwekkende figuur van reusachtige, uitgerokken proporties met de macht de gevaren van imperialisme en kapitalisme resoluut de kop in te drukken. Standvastig als een rots in de branding, even krachtdadig als zijn vader, een verschijning die net zo naar de keel greep als het crescendo van de muziek op de achtergrond. Keek hij naar de fysieke Leider voor hem zag hij een klein mannetje met een droevig gezicht en een veel te grote zonnebril.
     ‘Wel Kang? Wat is je ondeskundige mening over deze bril?’
     ‘U ziet er goed uit, Hij die Verscheen uit het Licht van Zon en Maan.’
     ‘Wekt het een gevoel van angst, maar tegelijkertijd ook respect op?’
     ‘Ik kon het zelf niet beter verwoorden, Leider.’
     ‘Van ontzag en charisma?’
     ‘Onmiskenbaar, Leider.’
     ‘Een aura van dierlijke woestheid dat enkel in toom wordt gehouden door mijn ijzeren wil en bovenmenselijke beheersing?’
     ‘Ik tril en beef bij het aanschouwen van uw verschrikkelijke verschijning, Leider.’
     ‘Pardon?’ vroeg de Leider kil.
     ‘Uw verschrikkelijke woede, Geliefde Leider, vergeef een verstrooide dienaar. Enkel de wetenschap dat u de barmhartigste man bent die ooit onder de sterren heeft geregeerd zorgt ervoor dat ik niet flauwval van angst.’
     Van deze woorden leek de Leider op te beuren.
     ‘Dat klopt, mijn beste. Ik kan inderdaad ongelooflijk barmhartig zijn. Laat dit als bewijs gelden: vanaf morgen zal het je zijn toegestaan je dagelijks langer dan dertig minuten buiten het paleis te begeven.’
     ‘U bent te goed, Redder van het Vaderland. Ik huil warme tranen van blijdschap.’
     De Leider stak zijn hand op, als teken dat hij nog niet klaar was met praten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen