vrijdag 23 maart 2012

Geliefde Leider, 8ste fragment


     ‘Het is… Het is in orde. Alles onder controle. Ik werd net bevangen door, door,… Een visioen. Ja, dat was het een epifanie. Nee Kang, vraag me niet wat het was. Ik moet het nog verwerken. Het was iets met... Konijnen. Dat was het, reusachtige konijnen! We gaan immense konijnen kweken om de nationale vleesconsumptie op te drijven.’ Hij wiste het zweet van zijn voorhoofd en betastte zijn jasje op zoek naar een zakdoek. ‘Contacteer alle konijnenkwekers ter wereld Kang, en breng me een iets te eten. Ik verga van de honger. Probeer ook maar gewend te geraken aan het gevoel van een whiskyglas op je rug, ik zie dat je een druppel gemorst hebt. Pronto Kang, pronto. Dat is Spaans, mijn flegmatieke functionaris, kijk me niet zo verbaasd aan. Als Leider van de natie moet ik elke taal ter wereld beheersen, hoe minderwaardig ook.’
     Toen Kang en de andere bedienden verdwenen waren leunde de Leider even tegen de muur om terug op krachten te komen, en bibberend schuifelde hij terug naar zijn bureau. Uit de onderste la haalde hij een fles Hennessey cognac en een smoezelig glas vol vingerafdrukken. Na een slok genomen te hebben liet hij zijn tong even marineren in de drank. Plots overspoeld door een geweldige hoofdpijn bedekte hij zijn ogen, en wendde hij zich af van het felle licht dat door het raam naar binnen viel. Kreunend sleepte hij zichzelf naar een zetel en plofte languit neer. De laatste gedachte die door zijn hoofd schoot voor hij in slaap viel was dat hij een zonnebril nodig had. Dat, en een bosbessenwafel.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen