vrijdag 23 maart 2012

Geliefde Leider, 8ste fragment


     ‘Het is… Het is in orde. Alles onder controle. Ik werd net bevangen door, door,… Een visioen. Ja, dat was het een epifanie. Nee Kang, vraag me niet wat het was. Ik moet het nog verwerken. Het was iets met... Konijnen. Dat was het, reusachtige konijnen! We gaan immense konijnen kweken om de nationale vleesconsumptie op te drijven.’ Hij wiste het zweet van zijn voorhoofd en betastte zijn jasje op zoek naar een zakdoek. ‘Contacteer alle konijnenkwekers ter wereld Kang, en breng me een iets te eten. Ik verga van de honger. Probeer ook maar gewend te geraken aan het gevoel van een whiskyglas op je rug, ik zie dat je een druppel gemorst hebt. Pronto Kang, pronto. Dat is Spaans, mijn flegmatieke functionaris, kijk me niet zo verbaasd aan. Als Leider van de natie moet ik elke taal ter wereld beheersen, hoe minderwaardig ook.’
     Toen Kang en de andere bedienden verdwenen waren leunde de Leider even tegen de muur om terug op krachten te komen, en bibberend schuifelde hij terug naar zijn bureau. Uit de onderste la haalde hij een fles Hennessey cognac en een smoezelig glas vol vingerafdrukken. Na een slok genomen te hebben liet hij zijn tong even marineren in de drank. Plots overspoeld door een geweldige hoofdpijn bedekte hij zijn ogen, en wendde hij zich af van het felle licht dat door het raam naar binnen viel. Kreunend sleepte hij zichzelf naar een zetel en plofte languit neer. De laatste gedachte die door zijn hoofd schoot voor hij in slaap viel was dat hij een zonnebril nodig had. Dat, en een bosbessenwafel.

vrijdag 9 maart 2012

Geliefde Leider, 7de fragment


Ze waren nu halverwege de eindeloze gang. De vloer was bekleed met lopers van zachte wol, en om de twee passen stond een verguld voetstuk met Chinese vazen. De kristallen tranen aan de luchters tinkelden zacht op het ritme van de wind die door een raam naar binnen zweefde. Hoewel de temperatuur nog erg aangenaam was rilde de Leider even toen het briesje hem omhelsde, waarbij er kippenvel langs zijn armen naar omhoog kroop. Hij smakte even met zijn lippen om een plotse metaalsmaak in zijn mond kwijt te raken. Tussen de maaltijden door liep hij graag wat te sabbelen op een stukje roestvrij staal, maar deze smaak was anders. Terwijl hij zijn hand naar zijn mond probeerde te brengen trokken zijn vingers zich onwillekeurig samen, alsof de krakende kootjes zich probeerden te onttrekken aan zijn palm. Toen hij voelde dat hij begon te wankelen greep hij blindelings naar het dichtstbijzijnde voetstuk. Het gerinkel van de vaas deed enkele kamermeisjes onthutst opkijken, en ook Kang draaide zich in gebogen houding langzaam volledig om zijn as. Terwijl de wereld om de Leider heen draaide leek hij een vage schreeuw te horen die in zijn hoofd weerkaatste. De dienstmeisjes durfden nog altijd niet ingrijpen en stonden als versteend te kijken hoe hun Leider op de grond neerzeeg. Zijn linkerbeen schokte zonder ophouden, alsof hij aan het tapdansen was met de dood. Patapie, patapa, en de grijnzende schedel van Magere Hein wierp hem een kushandje toe. Hij schreeuwde wat luider. Ondertussen kwam Kang tergend langzaam op hem af schuifelen, ervoor oppassend dat hij geen druppel uit het glas op zijn rug morste. Voor hij hem kon bereiken begon de Leider zich terug op te werken en stak hij zijn hand in de hoogte om de bediende te verhinderen hem te helpen. Hijgend probeerde hij zijn woorden te vinden.