donderdag 26 januari 2012

Geliefde Leider, 4de fragment

    ‘Jullie gaan iets verrukkelijks geserveerd krijgen vandaag. Het is een gegrild lapje vlees tussen een zacht en licht krokant broodje, met verse groenten en een sausje speciaal bereid door de chef. Het zal niet alleen ons, maar ook onze schoolkinderen voeden en stimuleren, zodat dit kruim der natie voor eeuwig tot de wereldwijde top zal blijven behoren. En het beste aan dit alles? Ik heb het vorige week persoonlijk uitgevonden.’
    Trots keek hij keek rond, hopend op een reactie van zijn zonen. Zijn tweede zoon begon te giechelen terwijl de oudste hem verward aanstaarde.
    ‘Bestaat dat niet al, Eerbiedwaardige Vader? Het komt mij bekend voor.’
    ‘Ik zei dat ik het vorige week heb uitgevonden, Nam. Na wijs beraad met mijn generaals heb ik besloten het een gogigyeopbbang te noemen. Rolt zo van je tong. Gogigyeopbbang.’
    ‘Maar…’
    ‘Er gaat hier niet over gediscussiëerd worden. Hij Die Verscheen Uit Het Licht Van Zon En Maan spreekt altijd de waarheid, en niets dan de waarheid.’
    ‘Wie is dat, de butler?’ wierp de tweede zoon tussen.
    ‘Dat ben ik, lompe dikzak die je bent!’ blafte de Leider.
    ‘Doko-Bae, dat was zijn naam geloof ik,’ zei de tweede zoon semi-verbaasd, alsof hij zich net iets belangrijk had gerealiseerd.
    De oudste zoon ging verder.
    ‘Toch denk ik dat ik er ooit al van gehoord heb.’
    ‘Hou je mond Nam!’   
    ‘Maar in Disneyland…’
    De Leider ontplofte.
    ‘Als je nog één keer over Disneyland begint sla ik je verdomde rotkop tegen de muur! Is het niet genoeg dat ik je broer in jouw plaats als opvolger heb aangeduid? EN HOU OP MET TE GIECHELEN!’ brulde hij in de richting van zijn tweede zoon. ‘Wat heb ik ooit misdaan om met zo'n bende idioten te worden opgescheept? Eén zoon probeert zichzelf naar Japan te smokkelen en brengt niet alleen zijn arme vader maar ook zijn glorieuze natie ten schande. De ander is zo verwijfd dat hij denkt dat regenbogen doen verschijnen het enige is dat regeren inhoudt. De dag dat er een regenboogvlag over ons land wappert, is de dag dat ik opsta uit de doden en je arm breek met een golfclub, hoor je me!’
    Zijn tweede zoon kromp ineen.
    ‘Kijk je vader aan als hij je uitscheldt! Niets heb ik aan mijn eigen vlees en bloed, niets. En de derde… Ah, de derde.’
    De Leider kalmeerde wat terwijl zijn derde zoon stoïcijns voor zich uit bleef staren. 
    ‘Jij bent nu de hoop der natie jongen. Als volwaardige opvolger ben jij de enige die nog iets kan betekenen voor je vader. Voor je vader en het land. In tegenstelling tot die twee nietsnutten hier.’ Hij liet zijn blik even over de geviseerde zonen gaan. ‘Hoe heeft het ooit zo ver kunnen komen? Ach, de eetlust vergaat me. Het zou me niet verbazen als jullie moeders gestorven waren om jullie aanblik te ontvluchten. Geniet nog van de maaltijd. Adieu.’ Terwijl hij dit zei wierp hij zijn servet op tafel en liep de eetzaal uit, nagestaard door zijn zonen.

woensdag 18 januari 2012

Bericht van de schrijver

Momenteel ben ik druk bezig met het uitwerken van de cyclus rond de Geliefde Leider. Het is mijn doel om elke week een fragment te publiceren, het één al wat langer dan het ander. Het fragment van deze week is wat korter, maar vormt een aanloop tot een toch wel hilarisch deel dat gepland staat voor volgende week.

Ik heb de instellingen van de blog ook zo aangepast dat ook niet-ingelogde bezoekers hun commentaren en suggesties onder de berichten kunnen achterlaten. Feedback is altijd welkom! Op naar de 300ste bezoeker.

Geliefde Leider, 3de fragment

Aangezien de belangrijkste zaken voorlopig waren afgehandeld begaf hij zich naar de eetzaal in de aangrenzende vleugel. Onderweg groette hij zijn bedienden, knikje hier, schouderklopje daar. De meesten bogen verbaasd maar wenden hun blik snel af. Als hij zorgde dat ze nu wat minder op hun hoede waren zouden ze straks des te meer schrikken wanneer  hij begon te roepen en tieren. Hij hield wel van een goede scheldtirade, maar zijn publiek moest spontaan kunnen reageren. Hij schreed de eetzaal binnen. Zijn drie zonen stonden op, bogen en gingen weer zitten, wachtend op hun liefdevolle vader. Terwijl hij zich nog aan het zetten was begon hij te spreken.

zaterdag 14 januari 2012

Geliefde Leider, 2de fragment

    Terwijl hij zat te mijmeren was zijn trouwe bediende nog altijd op en neer aan het buigen. Hij overwoog een mannelijke traan te wenen voor zo veel toewijding, maar sinds zijn wetenschappers hadden bewezen dat zijn tranen genezende krachten hadden probeerde hij ze op te sparen voor grotere doeleinden. Zoals voor een geneesmiddel tegen kanker, of een luxe gezichtscrème. Tussen het schrijven van twee opera’s in had hij een slagzin bedacht:

Kim-Jong, Jonger, Jongst Crème, met echte tranen van de Grote Leider!

Toen hij merkte dat zijn gedachten weer waren afgedwaald schokschouderde hij even, schraapte zijn keel en richtte zich tot Kang.
    ‘Roep de generale staf bijeen Kang, ik wil ze spreken. Zorg dat ze glimlachen als ik binnenkom, haal de clowns erbij en vervang één van hun mokers door een opblaasbaar exemplaar. Ik heb wel zin in een grap vandaag.’ Hij trok zijn bruinleren handschoenen wat aan en deed een poging tot een glimlach. Ergens barste een spiegel.
    De bediende keek hem trillend aan en antwoordde bevestigend. Al buigend schuifelde hij langzaam achteruit, door de grote deur die de ruimte afsloot. Om de paar stappen leek hij wat te wankelen, duizelig als hij was door het constante op en neer wippen. De Leider keek hem na en zag hoe hij door de deur verdween. Nadat die was gesloten hoorde hij lichte spatgeluiden, alsof iemand op de gang aan het overgeven was in een grote vaas. Hij had nu eenmaal dit soort effect op mensen.

dinsdag 10 januari 2012

Geliefde leider

‘U had gebeld, Geliefde Leider?’
    ‘Ah, mijn beste Kang. Kom wat dichter.’
    De man schuifelde naar voor, elke centimeter die hem dichter bij de Leider bracht buigend als een knipmes.
    ‘Dichter, dichter, … Stop.’
    Dat laatste fluisterde hij. Zijn bediende spitste de oren en schonk hem zo zijn volledige aandacht. Kang bleef staan, verder buigend tot zijn meester het woord tot hem zou richten. Net als een van die drinkende plastic vogeltjes die oneindig op en neer wipten, dacht hij. Had hij die dingetjes niet uitgevonden? Vast wel. Als één iemand in staat was een vogelvormig perpetuum mobile uit te vinden was hij het wel. Hij vermoedde dat er een dubbele regenboog  aan de hemel was verschenen toen hij de ontdekking had gedaan, wat wel meer gebeurde als hij op zijn officiële biografie moest afgaan. Bij het lezen ervan was het hem opgevallen hoe humoristisch hij blijkbaar was: hij had drie grappen in het monumentale boek ontdekt terwijl hij zich maar kon herinneren er ooit twee verteld te hebben. 
    Eén ervan had hij een half jaar geleden aangehaald tijdens een samenkomst met de opperbevelhebbers van het leger. Van de eerste die gestopt was met lachen had hij de knieschijven laten verbrijzelen door twee clowns met een moker. De andere generaals hadden breed zitten grijnzen terwijl hun collega werd gestraft, maar hun ogen hadden doodsangst verraden. Hij had ze gedwongen hun glimlach vol te houden tot de clowns waren weggebuiteld. Ze hadden mooi in het gelid gestaan, hun mondhoeken trillend door de inspanning van hun gezichtsspieren, toen na een dof ploppend geluid een van de generaals was neergestort met een ontwrichte kaak.
    Iedereen deed precies wat hij wilde, en dat verwonderde hem al lang niet meer.