dinsdag 13 december 2011

Fragment:

Haar talloze vetkwabben hadden het gevecht tegen de zwaartekracht reeds lang opgegeven en flapperden in het rond als een kudde op hol geslagen biefstukken.

Istanbul - Hotel

De slecht verlichte receptie van het hotel keek rechtstreeks uit op de avondlijke straten van Istanbul. De besnorde Turk achter de balie geeuwde verveeld terwijl ik een snelle blik wierp op de kranten van de dag. 
    ‘Geen nieuws’, mompelde ik, mezelf onmiddellijk berispend omdat ik weer in mezelf aan het praten was.
    Het snelle geroffel van schoenen op de trap deed me opkijken, wat me een blik bood op mijn zichtbaar gespannen reisgezel. ‘Weet je dat we hier niet meer weg gaan geraken?’ uitte ze gejaagd.
    Ik keek haar met een lege en ietwat versufte blik aan, terwijl een gevoel van verbazing mij bekroop met de snelheid van een weekdier.
    ‘Mijn ouders hebben gebeld om te zeggen dat er een vulkaan is uitgebarsten!’
    Ik staarde naar een punt linksachter haar oor, speurend naar de scheur in het tijd-ruimte continuüm waardoor we onverwacht getransporteerd waren naar een tijdperk waarin een vulkaanuitbarsting aan de andere kant van de wereld het dagelijkse transport drastisch zou kunnen hinderen.
    ‘Oja?’ uitte ik voorzichtig, mezelf een inwendig schouderklopje gevend omdat ik het al tien seconden uithield met iemand die duidelijk leed aan levensechte hallucinaties.
    ‘Een of andere vulkaan op IJsland staat rook te spuwen waardoor alle vliegtuigen in Europa aan de grond worden gehouden!’ ging ze verder.
    ‘Ach zo’, reageerde ik, intussen oogcontact zoekend met de Turk achter de receptie.
    Totaal onbewust van de aanwezigheid van mijn lieve doch raaskallende reisgenote las hij rustig verder in zijn tijdschrift. Ik probeerde onopvallend zijn aandacht te trekken door snel met mijn ogen knipperen. Hij draaide een bladzijde om. Ik probeerde wat met mijn oren te flapperen, maar hield daar mee op toen mijn kaken verkrampten. Tevergeefs. Ik nam dan maar zelf het initiatief om mijn goede vriendin mee te nemen naar onze kamer om ze daar te kalmeren en, indien nodig, te overmeesteren.

Enkele uren later lag ik al zappend op mijn bed, en keek met groeiend ongeloof naar enkele nieuwszenders. Beelden van een kettingrokende vulkaan werden afgewisseld met fragmenten van overvolle luchthavens en radeloze reizigers. Om niet volledig krankzinnig te worden bij het idee dat we waren overgeleverd aan de grillen van de natuur besloot ik een douche te nemen. Ik rolde uit mijn bed en liep door de kamer, ondertussen een blik werpend op mijn uitgetelde reisgenote. Ze lag opgekruld in haar bed en snurkte zacht. Ik knipte het licht langs het toilet aan en monsterde de propere badkamer van knieschampende afmetingen. Omdat ik merkte dat de handdoeken ontbraken en het zeeppompje in de douche leeg was keerde ik terug naar de kamer en liep vastbesloten de gang op naar beneden.  De man aan de receptie begroette me met een meewarige glimlach en keek me verwachtingsvol aan. In mijn eenvoudigste Engels probeerde ik hem het probleem duidelijk te maken.
    ‘There are no towels. And soap. Could you give me some soap please?’ zei ik. Ik vulde mijn woorden aan met spastische gebarentaal en probeerde me volledig onder te dompelen in het handdoek-zijn ten einde mijn vraag te verduidelijken. Imitaties van sanitaire voorzieningen waren moeilijker dan ik had verwacht.
    Na enkele pogingen lichtten de ogen van de man op en begon hij heftig te knikken. ‘Towel yes! Soap yes!’ Hij richtte zich tot een slonzige vrouw van ontzagwekkende corpulentie die net voorbij bonkte. Hij blafte haar iets toe in snel Turks, en ze spoedde zich met de snelheid van een gestrande walvis naar een piepklein opberghok. De man gebaarde me haar te volgen, en ik leidde haar via de trap naar onze kamer. Achter me hoorde ik haar moeizaam de trap bestijgen met de handdoeken en een zeepflacon in haar handen.
    ‘Please be very, very quiet, my roommate is sleeping’ fluisterde ik haar toe terwijl ik de sleutelkaart  in het slot van onze deur stak.
    Deze raad werd onmiddellijk in de wind geslagen toen ze me opzij duwde en luidruchtig puffend en hijgend de kamer binnen stompte. Gezien ze dit deed met de souplesse van een dodelijk verwonde neushoorn verbaasde ik me erover dat er geen ramen sneuvelden toen ze schijnbaar door de geluidsmuur knalde. Mijn vriendin schrok wakker en vroeg wat er gebeurde. Gelaten zei ik haar waarom ik naar de receptie was gegaan en ik zette me op bed. Terwijl de vrouw druk bezig was in de badkamer moest ik de neiging onderdrukken om de telefoon te grijpen en het nummer van het lokale tv-station te draaien. Ik betwijfelde of men geïnteresseerd zou zijn in het nieuws dat ik het epicentrum voor de recente aardbeving rond Istanbul  gevonden had en dat die zich momenteel in onze badkamer bevond. Ik besloot de internationale incidenten deze reis tot een minimum te beperken en bedankte de vrouw toen ze naar buiten ging.

Eerste bericht

Als een soort online-versie van mijn notitieboekje zal deze blog dienst doen om al mijn invallen, realisaties en soms onuitgewerkte ideeën bij te houden. Digitale slenteraars zijn altijd welkom en kunnen hun opmerkingen achterlaten.

Momenteel ben ik aan het werken aan een soort reeks van aansluitende kortverhalen, losjes gebaseerd op een reeks gebeurtenissen van enkele jaren geleden. Vaag realistische elementen worden afgewisseld met faliekante overdrijvingen en ontspoorde metaforen. De stijl is bewust overdreven en hoogdravend, het personage bewust neurotisch en licht autistisch - een soort onorthodoxe kruising tussen Larry David en Adrian Mole, met enkele autobiografische kenmerken. Andere personages zijn volledig ontsproten aan mijn eigen geest, enkel hun voorkomen en rol in bepaalde gebeurtenissen zijn soms gebaseerd op de realiteit. Ironie en cynisme zijn rijkelijk aanwezig.

Welkom.